Omzethuur neemt in populariteit toe binnen de commercieel vastgoed. Het aantal verhuurders dat instemt met een huur gerelateerd aan de omzet stijgt echter mondjesmaat. Er zijn nog grote hobbels te nemen. Huurders zien vooralsnog hun omzet dalen en de huur stijgen. Verhuurders zijn bang voor afwaarderen. 6 maanden voor opzegdatum starten de gesprekken tussen verhuurder en huurder, desgewenst vertegenwoordigd door Parleys. Hoe gaan we samen verder na expiratiedatum? Met een huurverlaging van 5% is de huurder niet geholpen. Bij een prolongatie voor 5 jaar en een CBS-indexering is de huur snel weer op het oude niveau, en de omzet waarschijnlijk niet gestegen. Veel retailers hebben geen reserves meer om risico te lopen. Het rendement staat in de meeste barnches al sinds 2008 zwaar onder druk. Relocatie is financieel niet haalbaar. Omzethuur is de best passende oplossing. De huur bedraagt doorgaans 4 tot 12% van de omzet. Bij een huurdruk van boven de 15% bevindt een retailer zich in de gevarenzone. De monitor van de Rabobank geeft hierover heldere kengetallen voor elke branche. Een huur vaststellen op 7% van de omzet betekent voor de meeste verhuurders vermindering van de bruto huurstroom met 25% en ongewisse vooruitzichten. De beleggingswaarde van het pand daalt fors en de bank zal aanvullende garanties vragen indien het pand zwaar gefinancierd is. Enkel verhuurders die ruim bij kas zitten, zullen omzethuur toestaan. Toch gloort er hoop voor huurders die na expiratiedatum het betreffende pand willen verder huren, met inperking van risico’s. Het aantal contractvarianten neemt fors toe. Er bestaat namelijk contractvrijheid. ROZ-contract is niet heilig. Steeds vaker stellen huurders hun eigen aanhuurvoorwaarden op. Zoals de verhuurder zijn belangen borgt in een ROZ-contract, zo legt de huurder dan zijn eigen voorwaarden voor. Na onderhandeling is een mix van geïndexeerde huurprijs en een omzethuur de uitkomst. Deze onderhandelingen gaan vooralsnog moeizaam. Verhuurders moeten nog erg wennen aan klantgerichtheid.